Bas van Gestel

Bas van Gestel

“Mijn ouders zijn allebei muzikaal, dus het was vanzelfsprekend dat ik ook muziek ging maken. Het begon met blokfluitlessen van mijn moeder en toen ik zes jaar oud was, ging ik trompet spelen.


Ik ben geboren in Geleen en woonde tot aan mijn middelbareschooltijd in Stein. Mijn vader werkte als docent op het Blariacumcollege en toen ik naar de middelbare school ging, verhuisden we naar Blerick. Ik ging naar het Blariacumcollege, werd lid van de harmonie in Blerick en kreeg trompetles van Jacq Sanders. Na de middelbare school ben ik scheikunde gaan studeren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en trompet aan het ArtEZ-conservatorium in Arnhem. Na drie jaar conservatorium heb ik me voorgenomen het vierde en laatste jaar op een later moment af te maken. Ik heb me toen gericht op het afronden van de studie scheikunde: als onderzoeker en als docent.

Inmiddels zijn we enkele jaren verder en ben ik, net als mijn vader, docent geworden op het Blariacumcollege. Daar geef ik scheikunde en informatica. Daarnaast ben ik veel bezig met muziek: als trompettist, maar ook als dirigent bij de Valuasmusical. Op dit moment zijn we bezig met de voorbereidingen van de musical Side Show, de elfde Valuasmusical waar ik aan meewerk. Muziek en scheikunde lijken best wel op elkaar. Als docent en als dirigent ben je steeds bezig met het creëren van orde in de chaos. De vaardigheden die je moet beheersen, zijn heel exact. Bij een musical begint dat al bij het maken van de arrangementen: het is telkens weer een interessante puzzel om de muziek geschikt te maken voor ons orkest en te laten aansluiten bij wat er op het podium gebeurt. Ik vind het heerlijk om al die puzzelstukjes, onder een bepaalde tijdsdruk, in elkaar te laten passen in het theater.

Als je werkt aan een grote productie als de Valuasmusical, dan ziet het publiek alleen het eindresultaat. Dat vind ik jammer, want tijdens de voorbereidingen en repetities gebeuren nét zulke mooie dingen als tijdens de voorstellingen. Eigenlijk zou het publiek ook moeten kunnen meekijken met het proces vooraf. Dat proces is ontzettend waardevol voor de leerlingen, omdat ze een gigantische ontwikkeling doormaken. Als dirigent wil ik er graag voor zorgen dat de deelnemers het beste uit zichzelf leren halen. Als ik voor de klas sta als docent scheikunde, dan doe ik precies hetzelfde: het is mooi om leerlingen mee te nemen in hun ontwikkelproces en ze versteld te laten staan van hun eigen kunnen.

Als ik voor een orkest of voor de klas sta, ben ik behoorlijk precies. Ik werk graag samen met mensen die dat ook zijn. Ik heb liever dat iemand aandacht besteedt aan de verbetering van details, dan dat iemand snel zegt dat iets goed is. Zeker van mensen met meer ervaring dan ik, kan ik zo’n houding erg waarderen. Toen ik leerling was op het Blariacumcollege, kreeg ik les van Thea Kuijer. Door haar lessen wilde ik scheikunde gaan studeren, want zij wist me nieuwsgierig te maken voor haar vak. Nu ik zelf scheikundedocent ben, vraag ik haar nog steeds wel eens om advies, omdat ik haar kennis en expertise enorm waardeer. Als zij zegt dat iets goed is, dan gelóóf ik ook dat het goed is. Datzelfde geldt voor mijn trompetdocent Jacq Sanders. Ik heb het afgelopen jaar bij hem mijn conservatoriumopleiding afgerond en het was fijn om weer les van hem te hebben. Hij is een fantastische docent: hij weet precies de juiste oefeningen uit te kiezen om iemand te laten groeien als trompettist. Vakmensen zoals Thea en Jacq, met jarenlange ervaring en de gave om goed te kunnen doceren, moeten we als samenleving op handen dragen.”