Gelaagdheid | Anke Gielen

Niet alleen maakte ze zich druk om wat anderen van haar tekeningen en schilderijen dachten, ook ging haar creativiteit gebukt onder tijd en energie slurpende systemen in het onderwijs. Er was een vernield doek, een bloemist en een overlijden voor nodig om de liefde voor het creëren terug te vinden én om haar vakkennis en plezier weer over te kunnen dragen op haar leerlingen.

Creativiteit en kunst kreeg Anke Gielen met de paplepel ingegoten. Haar vader was kunstdocent. Zijn atelier, thuis, was haar walhalla. Zelf was ze amper 21 jaar toen ze haar opleiding Docent Beeldende Vormgeving aan ArTEZ had afgerond en les ging geven aan de kunstklas van het Blariacumcollege. ‘Leuk maar lastig’, zegt ze. ‘Tijdens het uitgaan hing ik aan de bar. Mijn leerlingen tapten mijn biertjes’. Als enige liet ze haar afstudeerwerk in een galerie in Tegelen zien, in plaats van op school. ‘Leuk om alle docenten en studenten mijn kant op te zien komen voor de presentatie’. Het stimuleerde haar om kunst en wetenschappen te gaan studeren als Masteropleiding in Maastricht.

Anke Gielen


Inmiddels is ze docent beeldend bij het Dendron College. Ze herkent bij menig leerling dezelfde onzekerheden als waar ze zelf mee worstelde als puber, maar ook dat maakt haar die vakvrouw. Ze leert haar groep technieken om in lagen te werken en tegelijkertijd wat de functie hiervan kan zijn, zoals het dichter bij je ware kern komen. Zoals ze zelf ervoer toen het atelier van haar vader na zijn overlijden moest worden opgeruimd. ‘Ik hervond me, zegt ze, door weer kunst te maken die voortkwam uit mijzelf en me heelde met de penselen en materialen van mijn vader’. Dat ging echter niet zonder slag of stoot. Uit frustratie sneed ze eens een eigen werk kapot. ‘Daar zat ik met wat flarden uit wat vlak daarvoor nog een schilderij met bloemen was’, vervolgt ze. ‘Ik heb deze stukken opnieuw gerangschikt en ontdekte een gelaagdheid in mijn werk die ik niet eerder zag’. Met het loslaten van figuratie liet zij beeldtaal spreken. Een manier waarop ze ook haar leerlingen laat ervaren dat niets moeilijk is in het leven, zolang je doet waar je hart ligt. Niet vreemd dat een ‘dankjewel voor de leuke les juffrouw Gielen’ vaak meer voldoening geeft dan het behalen van lesdoelen, al zoekt ze graag de samenwerking op met collega’s buiten haar vakgebied. Ook dan werkt ze in lagen, door háár lesdoelen te combineren met die van een wiskundedocent voor bijvoorbeeld een maatschappelijk doel. Net zo makkelijk verzorgt ze workshops met een bevriende kunstenaar waarbij gelaagdheid en groei de belangrijkste thema’s zijn om op een creatieve manier tot zelfreflectie te komen.

Uit grote schilderijen haalt ze nog steeds stukken met daarop bloemen. Ze vormt deze om een vaas. ‘Een vaas als schilderij op tafel’. Menig tafel getuigt inmiddels flarden van haar gelijk.