Sikko Cleveringa

Sikko Cleveringa

“Ik woon en werk graag aan het water. Een rivier betekent voor mij vooral ruimte, stroming en beweging. Ik ben zelf ook altijd in beweging. Op het moment dat een project is afgerond laat ik het los en wil ik verder. Ik ben opgegroeid in het Den Haag van de jaren zeventig. Ik was al vrij jong zowel maatschappelijk als cultureel actief. Uiteindelijk koos ik de maatschappelijke kant. Ik wilde graag ontwikkelingswerk gaan doen en ging daarom Tropische Landbouw studeren, met focus op rurale ontwikkeling. Tijdens de opleiding liep ik stage in Tanzania en daar begon mijn liefde voor Afrika. Na mijn afstuderen kreeg ik een baan bij Stichting Nederlandse Vrijwilligers, een organisatie die ontwikkelingswerkers uitzendt naar het buitenland. Eerst ging ik aan de slag in Rwanda. Daar heb ik gezien hoe belangrijk zingeving door middel van kunst en cultuur is voor een land. Ik heb ook gezien hoe desoriënterend het kan werken wanneer de cultuur van vandaag geen antwoorden meer geeft op de vraagstukken die vandaag de dag belangrijk zijn. Ik was in Rwanda op het moment dat de burgeroorlog uitbrak. De situatie werd steeds erger en eind 1993 moest ik het land gedwongen verlaten. Mijn werk in Afrika heeft veel invloed gehad op mijn visie op kunst en cultuur. Mijn werk gaat eigenlijk altijd over ruimte creëren. Die ruimte is nodig zodat mensen zich kunnen uiten over hun gevoelens en hun kijk op maatschappelijke thema’s. Kunst en cultuur zijn de ideale middelen om die ruimte te kunnen creëren. Hier komt het eigenlijk altijd op neer, of het nu in Afrika is of in Venlo. Na Rwanda ging ik aan de slag in de meest noordelijke regio van Burkina Faso, in de Sahel. Er was daar op dat moment geen oorlog maar er waren wel behoorlijk wat spanningen. In de Sahel heb ik met een collectief van lokale jongeren een radiostation opgezet. We organiseerden sport- en cultuurevenementen en riepen mensen via de radio op om mee te doen. Activiteiten als samen sporten en muziek maken, zijn voor de mensen in de Sahel manieren om meer zin te geven aan hun leven. Met name vrouwen hebben het niet makkelijk in Burkina Faso. Zoals in bijna alle Afrikaanse landen, kunnen vrouwen zich in het publieke domein nauwelijks uitspreken. De mannen zijn er de baas. Wat de vrouwen doen en zeggen wordt door de mannen niet serieus genomen. Een belangrijke uitlaatklep voor de vrouwen is daarom zang. Ze zingen over alles wat hen dwarszit in het dagelijks leven. Ze zingen bij de pomp, tijdens hun werk maar ook op bruiloften. Het zingen gebeurt meestal in een kring, samen met andere vouwen. Omdat we het radiostation hadden, konden we de kring van vrouwen openbreken en ze een podium geven om hun verhaal te vertellen. Met een aantal dames gingen we aan de slag in onze radiostudio. We zonden hun liederen uit en interviewden de vrouwen over hun leven. We organiseerden ook een festival waar de vrouwen live kwamen zingen en gaven ze zo letterlijk en figuurlijk een podium om zichzelf te kunnen uiten. We hebben in dit project bestaande tradities gebruikt om de vrouwen een nieuwe stem te geven. Ik woon inmiddels alweer jaren in Nederland en ben eigenaar van CAL-XL, laboratorium voor kunst en samenleving. Vanuit dit adviesbureau help ik onder andere gemeentes en provincies om meerjarige programma’s te ontwikkelen waarbij kunst als katalysator werkt voor maatschappelijke ontwikkeling verandering in de samenleving tot stand kunnen brengen. Zo’n programma zijn we nu ook gestart in Venlo. Wat we hier kunnen leren van Afrika? Afrikaanse landen zijn trots op hun cultuur, tradities en alles wat daarbij hoort. In Nederland doen we daar altijd een beetje lacherig over. Hier denken we: eerst een goed inkomen, een mooi huis, zoveel mogelijk zekerheid en pas dan doen we iets met kunst en cultuur. In een groot deel van de wereld is die volgorde precies omgekeerd. Daar zien ze hoe belangrijk kunst en cultuur zijn als fundering van je samenleving. Cultuur is je basis en de reden waarom je bent zoals je bent.”